Muziek

Zoals in het verhaal uit de Oud Utrechter van 12-05-2015: Mijn veelzijdige muziekcarrière te lezen valt (die titel heeft de redactie van de Oud-Utrechter verzonnen!) heb ik twee toetsen instrumenten (piano en accordeon)  en twee blaasinstrumenten (tenorsaxofoon en klarinet) leren bespelen. Weliswaar een korte periode. Later toen ik bij Philips werkte heb ik een Philicorda aangeschaft en zo mijn eerste elektronische muziek geproduceerd, weer later een groter elektronisch orgel aangeschaft en nog weer later een keyboard. Toen ik in militaire dienst was deed ik mee in het zangkoor van de Verbindingsdienst, een groot koor van zo’n 137 man. Wij wonnen toen zelfs nog de korencompetitie bij de AVRO (1964). Later (1981) ben ik weer gaan zingen in het Nat.Lab.koor en in een Barbershopkoor (1992), de Southern Comfort Barber Mates, 4-stemmig a-capella. Bijzonder leuk. Na mijn pensionering ben ik weer klarinet en accordeon gaan spelen en wel als duo met mijn beste vriend Paul Zuidweg, die ook na zijn pensionering (1 jaar later) gestart was met het bespelen van de fagot. Voor de duo’s fagot/klarinet en fagot/accordeon heb ik vele melodieen gearrangeerd. Leuk werk! Zelfs heb ik een eigen compositie gemaakt, de Kleinkinderen Blues. Tijdens en na mijn Barbershop periode zong ik ook mee in het koortje van ons hofje. Dit koortje treed 2x per jaar op, nl. in de zomerperiode als er een hoffeest werd gehouden en op kerstavond waar de hofbewoners bij elkaar komen om gezamenlijk te zingen en te luisteren naar een stichtelijk woord, waarna na afloop onder het genot van enige versnaperingen met chocolademelk en/of glühwein gezellig wordt bijgepraat.